Spiegelbeeld


Ik heb al een tijdje een grote spiegel waarin ik mezelf van top tot teen kan zien. Het duurde een aantal maanden voordat ik hem eindelijk uit de doos had gehaald en daarna heeft hij nog een hele tijd buiten het zicht gestaan, zodat ik er niet steeds mee zou worden geconfronteerd.

Maar sinds kort ga er regelmatig even voor staan, met en zonder kleding. Ik kijk dan naar mezelf en laat dan alle gedachtes naar boven komen. Ook alle negatieve gedachtes krijgen aandacht. Want die wil ik juist in de ogen kijken. Ik wil weten wat ik allemaal over mijn lichaam zeg. Dat zijn vaak zo’n automatische gedachtes dat je je er nog niet eens zo bewust van bent. Ik was dat in elk geval niet.

Als ik met kleren aan in de spiegel kijk dan zie ik dat mijn buik wel erg opvalt in dat jurkje of zie ik mijn cellulitis door mijn legging heen.

Als ik naakt ben dan zie ik een buik die hangt en vol zit met stretchmarks, heel veel putjes en bobbeltjes op mijn benen, buiten proportie grote borsten, slappe vellen aan mijn armen.

Als ik dit opschrijf voel ik me trouwens ook alsof ik naakt voor jullie sta en wil ik alles het liefst meteen wissen.

 Dat heeft te maken met mijn interpretatie van alles wat ik zie in die spiegel. Ik vind mezelf walgelijk, afstotelijk, misvormd, lelijk, afwijkend, moddervet en ik verwacht dat anderen dat ook over me denken.

En als ik dat laat binnenkomen dan voel ik me neerslachtig, waardeloos en verdoofd. Dat is precies de stemming waarin ik mezelf het liefst wil verstoppen in de voorraadkast en alles wat maar enigszins eetbaar is naar binnen werken.

Gelukkig woont er sinds een tijdje een rebel in mij die in verzet komt als ik voor die spiegel sta en al die negativiteit eruit spuug. Die ziet veel meer dan die putjes, vellen en bollingen.

Die ziet een vrouw, die ziet Wendy, van wie er maar eentje op deze aarde is.

Die buik met stretchmarks komt vooral doordat ik de eer heb gehad om twee prachtige dochters 40 weken in mij te mogen laten groeien. Mijn borsten kunnen mij in de weg zitten, maar horen ook bij mij en kunnen ook een heel sexy decolleté geven in een mooie beha.

Dat alles wat verder gaat hangen en zakken heeft te maken met dat ik ouder aan het worden ben en daardoor ook steeds meer wijsheid in me heb die ik kan gebruiken om mezelf groter te zien. En dat het allemaal wat losser gaat zitten, komt ook doordat ik de prestatie heb neergezet om meer dan 20 kilo af te vallen in het afgelopen jaar.

Het belangrijkste wat die rebel ziet in de spiegel is een sprankel in mijn ogen. Mijn zus noemt het de jonge Wendy, ze ziet me steeds vaker als hoe ik was toen ik nog kind en puber was. Een blik waarin leven zit, zin in het leven. Een blik die laat zien; ik laat me niet omver blazen, niet door mezelf en zeker niet door anderen. Ik mag er zijn, zoals iedereen er mag zijn.

Elk mens is namelijk waardevol en mooi, ongeacht hoe je eruit ziet.

Iemand die me enorm heeft geïnspireerd om stappen te maken op het gebied van de zelfliefde is de Australische Taryn Brumfitt. Zij heeft The Body Image Movement (BIM) in het leven heeft geroepen. Zij is trouwens ook de maker van de documentaire ‘Embrace’ die naar mijn bescheiden mening verplichte kost is voor alle vrouwen (en mannen) op deze aarde (je vindt de trailer van deze documentaire hier:

http://https://www.youtube.com/watch?v=ISHzzBGyt4g

De gehele documentaire is de vinden op Netflix). The Body Image Movement draagt uit dat het lichaam geen ornament is, maar een voertuig om je dromen waar te maken. BIM gelooft erin dat iedereen het recht heeft om zijn of haar lichaam lief te hebben en te omarmen, los van de vorm, grootte, etniciteit of (on)vermogen.

In mijn ontwikkeling van het afgelopen jaar is voor mij steeds duidelijker geworden dat de sleutel voor volhouden van een gezonde levensstijl en het loslaten van de kilo’s die daar een resultaat van zijn, ligt in het accepteren van mezelf zoals ik ben. Dus niet door het te streven naar een slank lichaam en pas tevreden zijn als je dat hebt bereikt. Niet jezelf steeds naar beneden halen en straffen als iets niet lukt en bedenken hoe je zou moeten zijn.

Maar juist jezelf op waarde schatten, zacht zijn voor jezelf en voor je lichaam.

Jezelf vol liefde aan kunnen kijken in de van top tot teen spiegel en jezelf een dikke vette knipoog geven, omdat er maar één geweldig mens is zoals jij.

Wie wil jij zien als je in de spiegel kijkt?

 

Een schitterend uitzicht

De laatste weken krijg ik steeds meer complimenten. Mensen zien dat  ik ben afgevallen, zelfs als ze niet weten dat ik daar mee bezig ben.
Dat is natuurlijk heel fijn om te horen en je zou verwachten dat dit me zou sterken in mijn proces om door te zetten.

Op hetzelfde moment zit ik echter in een flinke dip. En ik ben al een paar weken aan het worstelen met waar die dip dan vandaan komt en natuurlijk met hoe ik er uit kan komen.

Eerst tijd voor een reality check… hoe gaat het nu echt?

Ik hou al maanden een gewichtstabel bij, die ik elke week aanvul. En ik verlies nog steeds gewicht. In totaal zijn er ruim 15 kilo af en ik zie natuurlijk zelf ook in dat dit een hele prestatie is. Maar de laatste weken gaat de lijn in de gewichtstabel wel heel langzaam omlaag.

Een andere manier van kijken naar hoe het gaat is kijken naar mijn gedrag. Ik merk  zowel in het bewegen als in mijn eetpatroon dat er de klad in komt.
Bij het bewegen geef ik mezelf meer ruimte voor smoesjes. Ik zet beweging niet meer op de eerste plaats, zie het vaak als iets wat ik even moet doen.
In mijn eetpatroon, heb ik de structuur meer losgelaten. Ik hou me minder strikt aan mijn eetschema’s en eet weer vaker mee met de rest van het gezin.

De conclusie van de reality check is dat de dip die ik heb vooral in mijn hoofd zit. Wat is er veranderd waardoor de klad er in is gekomen? In een flits wordt het me allemaal duidelijk.

Ik nader een voor mij magische grens; de 100 kilo grens

 Al jaren is mijn doel om onder die 100 kilo te komen. De laatste keer dat ik die grens heb doorbroken ligt al zeker 6 jaar achter me.
En ik besef me nu dat ik dit heel lang heb gezien als een einddoel. Als ik onder de 100 kilo kom, dan ben ik klaar.

Je kunt het vergelijken met het beklimmen van een berg.
Ik zie mezelf met heel veel focus een berg beklimmen en ik kan de top van de berg al zien. En als ik die top heb bereikt, dan heb ik de grootste obstakels achter me gelaten en kan ik eindelijk gaan genieten van het prachtige uitzicht.
Als ik echter zover ben geklommen dat ik net over de rand kan kijken, zie ik dat, wat ik aan had gezien voor de top van de berg, eigenlijk een plateau is.
Ook zie ik dat er nog allerlei nieuwe obstakels op me wachten. En als ik in de verte kijk, zakt de moed me in de schoenen.

Hoeveel obstakels heb ik nog te overwinnen?

En heb ik het wel in me om al die kilometers af te leggen en de weg naar de top te voltooien?
Het is veel makkelijker om me om te draaien en de weg naar beneden in te zetten.
Op het moment dat ik echter omdraai om de weg naar beneden te betreden, word ik overrompeld door het schitterende uitzicht.

Ik zie alles wat ik al heb overwonnen om op dit punt te komen en word bevangen door een gevoel van trots en wilskracht.

Als je een reis maakt dan wordt je geconfronteerd met tegenvallers en zul je uitglijers maken. Er zijn altijd momenten dat je het liefst wil gaan zitten en nooit meer opstaan. Je wordt constant geconfronteerd met je eigen angsten en onzekerheden.
Maar dat hoort bij de weg die nodig is om te gaan naar plekken waar ik nog nooit ben geweest en waarvan ik niet voor mogelijk had gehouden dat ik ze zou kunnen bereiken.

Het is van cruciaal belang dat ik geniet van de weg en regelmatig om me heen kijk en echt stil sta bij wat ik zie.

Dat geeft me de kracht om de volgende stap te zetten, op dat plateau en daarna de volgende stap die berg op richting de top.

Ik ben een grote verandering aan het bewerkstelligen in mijn manier van leven; de manier waarop ik naar voeding, beweging én naar mezelf kijk.

Het is te verwachten dat ik periodes doormaak waarop ik me oncomfortabel of zelfs ronduit walgelijk voel.

Dit zijn de momenten waarop ik stil kan staan bij mijn gevoelens en de stemmetjes in mijn hoofd. Hoe deze allemaal invloed hebben op mijn acties.

Als ik niet stil sta bij mijn angst om te falen en mijn gebrek aan zelfvertrouwen, dan zet ik misschien wel door op pure wilskracht, maar loopt de spanning binnen in me steeds verder op. Dan is de kans veel groter dat ik uiteindelijk een terugval krijg die veel moeilijker bij te sturen is.

Het zijn ook de momenten waarop ik kan kijken of de stappen die ik aan het zetten ben op het gebied van eten en beweging nog bij me passen, of dat het nodig is om aanpassingen te doen.

Ik heb mezelf lange tijd gezien als iemand die weinig doorzettingsvermogen heeft.

Ik ga nu steeds meer inzien dat doorzettingsvermogen ook iets is wat je kunt trainen.

En doordat ik steeds vaker wel doorzet, ga ik ervaren hoeveel kracht en vertrouwen in mezelf het geeft. Het werkt als een positieve spiraal.

Als ik dit zo opschrijf voel ik de energie weer opborrelen om mijn volgende doel neer te gaan zetten en daar naartoe te gaan werken.

Ik zet 90 kilo neer als een nieuw focuspunt.

En hoe spannend ik het ook vind als ik denk aan alle stappen die ik zal moeten zetten om daar te komen, ik voel het vertrouwen dat ik het kan gaan waarmaken.
Als ik achterom kijk ligt mijn focus niet op alles waar ik niet helemaal tevreden over was. Ik kijk naar alles wat ik al voor elkaar heb gekregen, waarvan ik geen vermoeden had dat ik het aan zou kunnen.

Ik voel mezelf van binnen groeien, er ontstaat ademruimte en een kracht die ervoor zorgt dat ik niet te stoppen ben.

Wat houdt jou tegen om de top van de berg te bereiken?

Zolderkameropruiming

De afgelopen maanden ben ik bezig geweest met het opruimen van mijn zolderkamers.

Nu vraag je je misschien af waarom heeft ze het in deze blog opeens over haar huis?
Dat is maar gedeeltelijk waar. Wij hebben namelijk in ons huis maar één zolderkamer en deze kamer was de afgelopen jaren helemaal dichtgeslibd met spullen waarvoor we niet meteen een plekje konden vinden. En daar bovenop lag een dikke laag stof.

In de afgelopen jaren heb ik het een en ander geleerd over Feng Shui en een van de belangrijkste wetenswaardigheden die bij mij zijn blijven hangen, natuurlijk omdat ik me er zo in herkende, is dat een volle zolderverdieping gelijk staat aan een vol hoofd.

Kort door de bocht, al die oude spullen die op zolder stonden verzameld samen met al dat stof erop zorgden voor een hoofd vol rotzooi uit het verleden die ik nog niet had losgelaten en een hoop goede ideeën die niet zichtbaar waren door de laag stof die erop lag.

Je mag natuurlijk je eigen mening hebben over Feng Shui, het is in elk geval een mooie metafoor.

En de afgelopen tijd ben ik dus aan de slag gegaan met het opruimen van beide zolderkamers, die van ons huis en die in mijn hoofd.
Bij de opruiming van de kamer heb ik allerlei spullen uit het verleden, die ik dacht nog nodig te hebben, naar de Kringloop gebracht. Als spullen al zo’n tien jaar alleen maar stof aan het vangen zijn, kun je wel tot de conclusie komen dat ze niet een hele belangrijke functie gaan vervullen in een nabije toekomst. Een mooi voorbeeld zijn de boekenkasten die bomvol stonden met boeken. Ik hield altijd heel erg vast aan die boeken, wilde nooit boeken lenen bij de bieb, want mooie boeken wilde ik hebben. Dan kon ik ze keer op keer lezen. Het is ook echt waar dat ik mijn boeken steeds opnieuw las.

Tot ik op een bepaald moment besefte dat ik steeds dezelfde boeken aan het lezen was. En dat dit me tegenhield om de veelheid aan prachtige boeken die er nog meer zijn geschreven te ontdekken.

Net zoals ik in mijn hoofd vastzat in oude patronen, die ik niet los wilde laten. Omdat wat je altijd hebt gedaan zo veilig voelt. Dat was het moment dat ik in mijn hoofd aan de slag ben gegaan met afrekenen met oude patronen.

Hoe doe je dat dan, afrekenen met oude patronen?

Ik heb daar een belangrijk begin in gemaakt in een al eerder genoemd coachingsweekend. Ik zag heel duidelijk dat oude patronen uit mijn jeugd nog doorspeelden in mijn huidige leven. Het werd me duidelijk dat ik me al vanaf jonge leeftijd, door een niet altijd veilige thuissituatie, had afgesloten van heel veel mensen en in het bijzonder van mijn ouders.
Hoewel ik het idee had dat ik issues uit mijn verleden toch wel achter me had gelaten op mijn drieënveertigste, bleek niets minder waar.

Ik werd teruggeworpen op de oude patronen die ik nog steeds in mijn leven laat doorspelen.

Waarvan het belangrijkste patroon misschien wel is dat ik me altijd heb willen verstoppen, omdat ik bang was om gekwetst te worden.
Ik heb al eerder gedeeld dat ik toen ik jong was me verstopte tussen mijn knuffels en later door mijn gevoelens weg te eten. Om maar niet te voelen en me niet te laten zien. (zie mijn blog: Er was eens een IETS…)

Gevoelens waren gevaarlijk, dus probeerde ik alles met mijn hoofd op te lossen en at ik mijn emoties weg.

De confrontatie met dit inzicht en dit delen met de mensen om me heen, heeft ervoor gezorgd dat ik er stapje voor stapje los van kon gaan komen.
Het meest waardevol hierin was mijn patroon delen met mijn ouders. Hoewel ik dacht dat ik mijn issues met hen lang geleden al achter me had gelaten, merkte ik dat ik toch nog gevoelens van ongenoegen had naar hen toe over hoe zij hun ouderrol op hebben genomen toen ik jong was.

Nu kan ik heel duidelijk zien dat mijn ouders alles hebben gedaan wat in hun mogelijkheden lag op dat moment.

Net zoals ik alles doe wat ik kan voor onze twee meiden.
Ik voelde echt iets in mij veranderen toen ik vanuit mijn hart naar hen kon uitspreken dat ik hen dankbaar ben dat ze mij op de wereld hebben gezet. En dat ik zie dat ze mij liefde hebben gegeven en geknuffeld en hun uiterste best hebben gedaan om de beste ouders te zijn voor mij.

Ik heb hen vergeven voor de fouten die zij hebben gemaakt, want zij hebben mij nooit bewust willen schaden.

Deze gesprekken hebben de band met mijn ouders getransformeerd. Ik heb het verleden  achter me gelaten en voel nu echt een verbinding met hen. Natuurlijk lopen we soms nog tegen die oude patronen aan, maar dan kan ik het veel eerder benoemen en meteen oplossen of loslaten. Met mijn vader ga ik elke week wandelen en dan voelt het voor beiden goed om over ons leven te delen. Ook mijn moeder laat ik veel meer toe in mijn leven en we doen regelmatig leuke moeder-dochter dingen samen.

Met de intentie om nog meer op te ruimen, ben ik allerlei andere mensen gaan bellen.
Personen met wie ik het gevoel had dat er nog onderwerpen lagen die we niet uit hadden gesproken of waar ik last van had in het contact. En eigenlijk waren dat allemaal fijne gesprekken, waar ik echt kon loslaten wat er nog lag. Voor de ander was het soms wel raar dat ik na lange tijd iets van me liet horen. Maar vaak gaven zij aan het ook een fijn gesprek te hebben gevonden. En daardoor ontstond er opeens zoveel ruimte in mijn hoofd.

Ruimte en energie die ik kan gebruiken voor de toekomst om mij verder te ontwikkelen en te groeien.

Doordat ik oude patronen heb doorbroken en volop aan het oefenen ben in het delen van mezelf met anderen mensen kan ik veel makkelijker problemen, die natuurlijk nog steeds wel ontstaan in het contact met andere mensen, oplossen. Ik ga het gesprek aan en kan hierin bij mezelf blijven en aangeven hoe ik denk dat een situatie kan worden opgelost. De ander weet wat hij/zij aan me heeft. Want dat was eerder regelmatig niet zo, als ik weer probeerde me aan te passen aan de ander en mijn eigen mening daarin vergat.

En zo komt er ook geen nieuwe troep in de zolderkamer in mijn hoofd die zich op kan hopen.

Dan komen we langzaam weer terug bij die andere zolderkamer hier in huis, die steeds een stukje leger aan het worden is. We hebben dozen en zakken vol naar de Kringloop gebracht en in de container gegooid. Nog een paar middagjes flink doorzetten en dan kan deze ruimte ook tot zijn volle potentie gaan komen.

Het is niet toevallig dat deze zolderkamer mijn nieuwe werkruimte gaat worden. Hier is volop ruimte ontstaan om een mooie nieuwe toekomst te gaan creëren.

Hoe is de staat van jouw zolderkamers?

Er was eens een IETS

Er was eens IETS en dat IETS woonde onder Swens bed.

Wat IETS precies was, wist Swen niet. Ze had ooit wel eens een glimp opgevangen en dacht toen grote stekels gezien te hebben. Swen was ervan overtuigd dat IETS die stekels zou gebruiken als ze te dichtbij zou komen.

Swen was een slim meisje en bedacht al snel een uniek plan om zichzelf te wapenen tegen IETS. Ze had namelijk in haar leven veel knuffels verzameld en die knuffels legde ze elke avond helemaal om haar heen in haar bed, als een beschermingsring. Haar lievelingsknuffel, een konijn, legde ze op haar hart, zodat de stekels van IETS haar hart niet konden raken.

Het was ondertussen voor Swen wel duidelijk geworden dat IETS voedde op haar angst.

Swen voelde in de loop van de tijd dat IETS duidelijk aan het groeien was en steeds vaker voelde ze het woelen en hoorde ze het kreunen en zuchten. En IETS was niet meer alleen ’s nachts actief, maar ook overdag hoorde Swen IETS’ onrust. Waar ze ook in huis was. Kwam IETS misschien overdag onder haar bed vandaan?

Toen Swen ouder werd kreeg ze steeds vaker opmerkingen van haar ouders en vriendinnen die op haar kamer kwamen over het knuffelleger op haar bed. Ze begreep dat het niet meer normaal was voor een meisje van haar leeftijd om zich op deze manier te beschermen.
Er moest een nieuw plan komen, een plan waar anderen nooit achter zouden komen.

Swen wilde een bescherming bedenken die niemand zou kunnen zien. Want wat zouden ze anders wel niet van haar denken…

Door een boek over ridders te lezen dat ze van haar vader had gekregen, kreeg Swen een geweldig idee. Ze maakte van ijzerdraad stiekem duizenden piepkleine ringetjes en maakte een soort van maliënkolder. Dat kon ze dan elke dag en nacht dragen onder haar kleding, zonder dat iemand het zou merken. Maar was dat pantser dat ze had gemaakt wel sterk genoeg om haar te beschermen als IETS zou aanvallen? Want Swen was er steeds meer van overtuigd geraakt dat een aanval niet lang meer op zich zou laten wachten.

Om haar nog beter te kunnen beschermen, creëerde Swen een steeds dikker pantser om zich heen, laag voor laag, en bedekte het dan met haar kleding. Ze was er nog steeds van overtuigd dat anderen haar pantser niet zouden kunnen zien.
Het pantser was natuurlijk gemaakt om Swen te beschermen tegen IETS, maar het was ondertussen ook zo zwaar geworden dat het haar tegenhield in haar dagelijks leven. Ze kon niet zorgeloos spelen, springen en dansen. Ze kon niet knuffelen met de mensen van wie ze hield, want dan zouden ze achter haar grote geheim kunnen komen.

Het pantser dat haar in eerste instantie zo’n gevoel van veiligheid had gegeven, ging steeds vaker als een beknelling, een last voelen.

En op een mooie zomerdag gebeurde precies waar Swen zich al zo lang druk over had gemaakt. Toen Swen haar vinger opstak in de klas om iets te vragen aan de juf, zag haar beste vriendin Roos iets glinsteren onder Swens t-shirt. Ze drong erop aan dat Swen vertelde over wat ze onder haar t-shirt had gezien.
Swen deed iets wat ze nooit voor mogelijk had gehouden, ze vertelde haar vriendin over haar pantser en over IETS. En terwijl ze erover vertelde, besefte Swen zich meer en meer hoe weinig ze eigenlijk wist over IETS. Het had geen naam, ze was het zelf IETS gaan noemen. Ze wist niet welke kleuren het had, hoeveel stekels het had en hoe groot of klein het was. Ook ging ze zich afvragen waarom IETS zich nog steeds niet aan haar had laten zien.

Zou er een mogelijkheid zijn dat IETS ook bang van haar zou kunnen zijn?

Door het delen met Roos en daarna voorzichtig ook met andere vriendinnen durfde Swen haar pantser laagje voor laagje af te gaan doen.  Samen met haar vriendinnen bedacht ze een plan om IETS onder ogen te gaan zien. Zij zouden haar bijstaan als ze IETS onder het bed zou trotseren.

De avond kwam dat Swen er zich klaar voor voelde. Zonder pantser, maar met haar vriendinnen die achter haar stonden ging Swen voorzichtig voor haar bed zitten. Ze hoorde en zag nog niets.
Swen was doodsbang en zei met zachte stem: “IETS, IETS laat je zien” Het bleef stil onder het bed. Swen voelde zich sterker worden en, met krachtige stem deze keer, herhaalde ze haar woorden: “IETS, IETS laat je zien!” Weer gebeurde er niets onder het bed. Roos had een zaklamp meegenomen en gaf deze aan Swen. Met trillende handen scheen Swen het licht voorzichtig onder het bed.
Ze schrok zich rot, want opeens zag ze duidelijk de stekels van IETS.
Maar wacht eens… Er bewoog nog steeds niets en de stekels zagen er niet echt gevaarlijk uit. Ze leken op een of andere manier wel zacht.

Onder aanmoediging van haar vriendinnen stak Swen stukje voor stukje haar hand onder het bed, zodat ze IETS aan kon raken. Ze voelde daar inderdaad iets zachts en ze kon het gemakkelijk vastpakken. IETS was niet zwaar en niet groot. Het was klein en zacht en had wel stekels, maar die kwamen haar op een of andere manier bekend voor.

Toen Swen IETS onder het bed uittrok zag ze een ding dat ze al heel lang niet meer had gezien. Het was Vuurbal, haar knuffeldraakje die ze ooit van oma had gekregen. Hij had vroeger ook bij haar andere knuffels in haar bed gelegen en was één van de knuffels die haar vroeger beschermden. Vuurbal moet per ongeluk onder haar bed terecht zijn gekomen en ze was hem gewoon helemaal vergeten.

Datgene waarvan Swen dacht dat het haar zou kunnen beschermen tegen enge IETSEN, had haar juist zo bang gemaakt.

Vuurbal kreeg van Swen een plekje op haar boekenplank. Zodat ze elke dag kon kijken naar iets dat geen IETS bleek te zijn. En zodat Swen zich elke dag kon realiseren wat er allemaal mogelijk is als je je angsten in de ogen kijkt.

———————————————————————————————————————————-

Als kind was ik heel angstig. Ik was vooral bang voor monsters onder mijn bed die me zouden steken met een mes. Om mezelf te beschermen had ik inderdaad de oplossing bedacht dat ik mijn vele knuffels helemaal om me heen zou leggen. Mijn lievelingsknuffel hield ik op mijn hart, zodat ik niet geraakt kon worden door het mes. Als kind zag ik dit als de ultieme bescherming. Dat is nu eenmaal hoe een kinderbrein kan werken. Toen ik eenmaal ging inzien dat die knuffels me niet konden beschermen voor de ‘grote boze buitenwereld’, is mijn verslaving aan eten langzaam ontstaan.
Ik zie nu heel duidelijk dat de laagjes vet die ik met de jaren ben gaan verzamelen, eigenlijk een soort pantser was dat ik om me heen gebouwd heb met als doel me te beschermen en me niet te laten zien aan anderen.

Ik leerde om alles op te lossen met mijn hoofd en als ik werd geconfronteerd met emoties, dan at ik die zoveel mogelijk weg.

Door de ontdekking dat ik dik ben (zie ook mijn vorige blog: Een onverwachte ontdekking) en het cruciale besef dat ik die kilo’s niet meer mijn hele leven mee wil torsen, ben ik andere manieren gaan zoeken om met emoties om te gaan.

Dat heeft me doen inzien dat mijn pantser van vet ooit is ontstaan als bescherming, maar dat het die functie nooit heeft kunnen vervullen.

Hoe zwaarder ik werd, hoe meer de kilo’s alleen maar een last zijn geworden die ik met me mee moest torsen, waardoor ik mezelf heel veel mogelijkheden heb ontzegd. Ik heb me laten leiden door de angst voor wat er allemaal zou kunnen gebeuren als ik mezelf zou laten zien, mezelf zou blootgeven.

Ik ben mijn ontdekkingen, onzekerheden en angsten gaan delen met mensen om me heen. En in plaats van het onbegrip en de negativiteit die ik had verwacht, was er een en al herkenning en liefde.

En dat sterkt mij alleen maar in mijn gevoel dat het tijd is om mijn pantser af te leggen.

Ook de overweldigende en liefdevolle reacties op mijn vorige blog hebben mijn vertrouwen in mijzelf, dat ik de juiste weg aan het gaan ben, heel erg versterkt. Het is doodeng om een eerste stap te zetten en je angsten onder ogen te zien en uit te spreken. Maar als je eenmaal dat lampje onder je bed durft te schijnen en je grootste angst onder ogen durft te zien, kan er iets ontstaan wat je nooit voor mogelijk had gehouden.
Ik zie nu dat zoveel anderen, elk op hun eigen manier worstelen met zichzelf laten zien en kwetsbaar durven zijn.
Vanuit de reacties op mijn blog ontstaan dan weer mooie gesprekken en inspireer ik anderen om te delen en hun eigen manier van zich verstoppen onder ogen te zien.

Welke angsten houden jou tegen om te stralen?

Een onverwachte ontdekking

Sinds een aantal maanden zijn er in mijn hoofd allerlei dingen aan het verschuiven.

Ik kijk anders naar mezelf en naar mijn lichaam.

Toen het warm was droeg ik makkelijker jurkjes of shirts zonder een vestje of een jasje erover en deed ik zelfs soms mijn legging uit en liet mijn jurkjes lekkeren wapperen.
Bij een bezoek aan de sauna was ik niet meer steeds panisch op zoek naar een haakje zo dicht mogelijk bij het bad of de sauna, zodat ik mezelf meteen kon bedekken als ik eruit kwam.
Ik krijg ook steeds vaker complimenten dat ik er goed uitzie en ik voel dat ik meer zelfvertrouwen uitstraal.
Komt dit allemaal omdat ik heel veel kilo’s kwijt ben geraakt? Nee!

Het is omdat ik me sinds korte tijd besef dat ik dik ben.

Als ik dit deel met mensen om me heen kijken ze me verbaasd aan.

Hoezo, kom ik er nu achter dat ik dik ben?
Ik heb al vanaf mijn puberteit overgewicht en ik ben in de loop van mijn volwassen leven steeds wat meer aangekomen. De zwangerschap van onze twee prachtige meiden hebben het laatste zetje gegeven naar ernstig overgewicht. Toen ik de moed had om mijn weegschaal tevoorschijn te halen, na er misschien wel jaren niet meer op te hebben gedurfd….bleek ik op een haar na 120 kilo te wegen.

Als je zo dik bent….verwacht je dat je dit wel van jezelf weet.

Hoe zit dat?
Natuurlijk, op een bepaald niveau weet ik dat ik dat ik dik ben. Ik schrik elke keer als ik een foto of een filmpje van mezelf zie. Mijn kledingmaat schuift steeds weer een stapje naar boven op. Als ik een trap oploop voel ik allerlei krachten die me naar beneden willen trekken. Toch kan ik al die informatie heel snel wegstoppen in een laatje wat ik dan op slot doe.

Ik ben er namelijk ook achter gekomen dat ik me al een groot deel van mijn leven aan het verstoppen ben.

Ik probeer me onzichtbaar te maken, zodat ik niet gekwetst zal worden. Afgelopen juni deed ik een coachingsweekend waarbij we een levensverhaal moesten schrijven. Nu heb ik misschien al wel meer dan tien keer mijn levensverhaal moeten schrijven in mijn opleiding psychologie en voor therapieën die ik heb gevolgd. Ik verwachtte dan ook niet echt nieuwe inzichten.

Het besef kwam echter keihard binnen dat eten, vanaf mijn jeugd, mijn manier is geworden om mezelf te omhullen met vet zodat ik niet kan worden gezien en geraakt.

Weer een kronkel in mijn brein die zo onlogisch is, want als je dik bent, ben je juist extra zichtbaar. Mensen zien je als afwijkend, kijken naar je en hebben een mening over je. Dat is in elk geval mijn ervaring.
Mijn gewicht is echter mijn excuus geworden waarom ik toch niet succesvol kan zijn in het leven. Ik heb allerlei smoesjes om uitdagingen niet aan te gaan. Want het zal me toch niet lukken. Want mijn gewicht zit me in de weg.

Liever trek ik me terug in mijn veilige omgeving, op de bank, met mijn voetjes omhoog.

En dan maak ik plannen voor mijn toekomst die ik daarna meteen weer afserveer als onhaalbaar, omdat er allemaal beren op de weg staan die me tegenhouden om in beweging te komen.

Sinds ik mijn baan in 2014 kwijtraakte ben ik, naast het moeder zijn, bijna alleen nog maar bezig geweest met plannen maken. Om ze daarna meteen te saboteren. En begon ik steeds meer van mezelf te walgen.
En dan kom ik er op een bepaald moment niet meer onderuit; het wordt me duidelijk dat ik al heel lange tijd niet goed voor mijn lichaam zorg en ik mijn lichaam niet respecteer voor wat het is.
Ik kan er voor kiezen om zo door te gaan. Om mijn lichaam te ontkennen en te mishandelen door slecht te eten en veel te zitten en te hangen.

Of ik kan er nu voor kiezen om een verschil voor mezelf te gaan maken.

Dat laatste voelt als de enige optie. Dus kom ik langzaam in beweging. Het wandelen en  fietsen in de natuur is stap voor stap een gewoonte geworden. Ook ben ik mijn eetpatroon aan het aanpassen. Uit aan het vinden wat de manier van eten is die voor mij werkt en die ik langere tijd vol kan houden.

En ik heb besloten om me voortaan niet meer te verstoppen.

De laatjes gaan open, ik wil met mensen gaan delen over wat me bezig houdt en welke weg ik aan het gaan ben. Deze blogpagina is een ultiem voorbeeld van mezelf laten zien. Ook al vind ik het doodeng om mezelf zo, in al mijn kwetsbaarheid, naar buiten te brengen. Ik voel dat het mij kan ondersteunen in de weg die ik aan het gaan ben.

Ik zie het delen als extra stok achter de deur om te blijven zien dat ik het waard ben om in mezelf te geloven.

En ik wil dat we ons in elkaar kunnen herkennen en elkaar kunnen ondersteunen in het zijn van ons stralende zelf, onafhankelijk van hoe we eruit zien.

Welk deel van jouzelf stop jij steeds in een laatje?

Ik vind het superfijn als je een reactie achter laat.