De laatste weken krijg ik steeds meer complimenten. Mensen zien dat  ik ben afgevallen, zelfs als ze niet weten dat ik daar mee bezig ben.
Dat is natuurlijk heel fijn om te horen en je zou verwachten dat dit me zou sterken in mijn proces om door te zetten.

Op hetzelfde moment zit ik echter in een flinke dip. En ik ben al een paar weken aan het worstelen met waar die dip dan vandaan komt en natuurlijk met hoe ik er uit kan komen.

Eerst tijd voor een reality check… hoe gaat het nu echt?

Ik hou al maanden een gewichtstabel bij, die ik elke week aanvul. En ik verlies nog steeds gewicht. In totaal zijn er ruim 15 kilo af en ik zie natuurlijk zelf ook in dat dit een hele prestatie is. Maar de laatste weken gaat de lijn in de gewichtstabel wel heel langzaam omlaag.

Een andere manier van kijken naar hoe het gaat is kijken naar mijn gedrag. Ik merk  zowel in het bewegen als in mijn eetpatroon dat er de klad in komt.
Bij het bewegen geef ik mezelf meer ruimte voor smoesjes. Ik zet beweging niet meer op de eerste plaats, zie het vaak als iets wat ik even moet doen.
In mijn eetpatroon, heb ik de structuur meer losgelaten. Ik hou me minder strikt aan mijn eetschema’s en eet weer vaker mee met de rest van het gezin.

De conclusie van de reality check is dat de dip die ik heb vooral in mijn hoofd zit. Wat is er veranderd waardoor de klad er in is gekomen? In een flits wordt het me allemaal duidelijk.

Ik nader een voor mij magische grens; de 100 kilo grens

 Al jaren is mijn doel om onder die 100 kilo te komen. De laatste keer dat ik die grens heb doorbroken ligt al zeker 6 jaar achter me.
En ik besef me nu dat ik dit heel lang heb gezien als een einddoel. Als ik onder de 100 kilo kom, dan ben ik klaar.

Je kunt het vergelijken met het beklimmen van een berg.
Ik zie mezelf met heel veel focus een berg beklimmen en ik kan de top van de berg al zien. En als ik die top heb bereikt, dan heb ik de grootste obstakels achter me gelaten en kan ik eindelijk gaan genieten van het prachtige uitzicht.
Als ik echter zover ben geklommen dat ik net over de rand kan kijken, zie ik dat, wat ik aan had gezien voor de top van de berg, eigenlijk een plateau is.
Ook zie ik dat er nog allerlei nieuwe obstakels op me wachten. En als ik in de verte kijk, zakt de moed me in de schoenen.

Hoeveel obstakels heb ik nog te overwinnen?

En heb ik het wel in me om al die kilometers af te leggen en de weg naar de top te voltooien?
Het is veel makkelijker om me om te draaien en de weg naar beneden in te zetten.
Op het moment dat ik echter omdraai om de weg naar beneden te betreden, word ik overrompeld door het schitterende uitzicht.

Ik zie alles wat ik al heb overwonnen om op dit punt te komen en word bevangen door een gevoel van trots en wilskracht.

Als je een reis maakt dan wordt je geconfronteerd met tegenvallers en zul je uitglijers maken. Er zijn altijd momenten dat je het liefst wil gaan zitten en nooit meer opstaan. Je wordt constant geconfronteerd met je eigen angsten en onzekerheden.
Maar dat hoort bij de weg die nodig is om te gaan naar plekken waar ik nog nooit ben geweest en waarvan ik niet voor mogelijk had gehouden dat ik ze zou kunnen bereiken.

Het is van cruciaal belang dat ik geniet van de weg en regelmatig om me heen kijk en echt stil sta bij wat ik zie.

Dat geeft me de kracht om de volgende stap te zetten, op dat plateau en daarna de volgende stap die berg op richting de top.

Ik ben een grote verandering aan het bewerkstelligen in mijn manier van leven; de manier waarop ik naar voeding, beweging én naar mezelf kijk.

Het is te verwachten dat ik periodes doormaak waarop ik me oncomfortabel of zelfs ronduit walgelijk voel.

Dit zijn de momenten waarop ik stil kan staan bij mijn gevoelens en de stemmetjes in mijn hoofd. Hoe deze allemaal invloed hebben op mijn acties.

Als ik niet stil sta bij mijn angst om te falen en mijn gebrek aan zelfvertrouwen, dan zet ik misschien wel door op pure wilskracht, maar loopt de spanning binnen in me steeds verder op. Dan is de kans veel groter dat ik uiteindelijk een terugval krijg die veel moeilijker bij te sturen is.

Het zijn ook de momenten waarop ik kan kijken of de stappen die ik aan het zetten ben op het gebied van eten en beweging nog bij me passen, of dat het nodig is om aanpassingen te doen.

Ik heb mezelf lange tijd gezien als iemand die weinig doorzettingsvermogen heeft.

Ik ga nu steeds meer inzien dat doorzettingsvermogen ook iets is wat je kunt trainen.

En doordat ik steeds vaker wel doorzet, ga ik ervaren hoeveel kracht en vertrouwen in mezelf het geeft. Het werkt als een positieve spiraal.

Als ik dit zo opschrijf voel ik de energie weer opborrelen om mijn volgende doel neer te gaan zetten en daar naartoe te gaan werken.

Ik zet 90 kilo neer als een nieuw focuspunt.

En hoe spannend ik het ook vind als ik denk aan alle stappen die ik zal moeten zetten om daar te komen, ik voel het vertrouwen dat ik het kan gaan waarmaken.
Als ik achterom kijk ligt mijn focus niet op alles waar ik niet helemaal tevreden over was. Ik kijk naar alles wat ik al voor elkaar heb gekregen, waarvan ik geen vermoeden had dat ik het aan zou kunnen.

Ik voel mezelf van binnen groeien, er ontstaat ademruimte en een kracht die ervoor zorgt dat ik niet te stoppen ben.

Wat houdt jou tegen om de top van de berg te bereiken?