Er was eens IETS en dat IETS woonde onder Swens bed.

Wat IETS precies was, wist Swen niet. Ze had ooit wel eens een glimp opgevangen en dacht toen grote stekels gezien te hebben. Swen was ervan overtuigd dat IETS die stekels zou gebruiken als ze te dichtbij zou komen.

Swen was een slim meisje en bedacht al snel een uniek plan om zichzelf te wapenen tegen IETS. Ze had namelijk in haar leven veel knuffels verzameld en die knuffels legde ze elke avond helemaal om haar heen in haar bed, als een beschermingsring. Haar lievelingsknuffel, een konijn, legde ze op haar hart, zodat de stekels van IETS haar hart niet konden raken.

Het was ondertussen voor Swen wel duidelijk geworden dat IETS voedde op haar angst.

Swen voelde in de loop van de tijd dat IETS duidelijk aan het groeien was en steeds vaker voelde ze het woelen en hoorde ze het kreunen en zuchten. En IETS was niet meer alleen ’s nachts actief, maar ook overdag hoorde Swen IETS’ onrust. Waar ze ook in huis was. Kwam IETS misschien overdag onder haar bed vandaan?

Toen Swen ouder werd kreeg ze steeds vaker opmerkingen van haar ouders en vriendinnen die op haar kamer kwamen over het knuffelleger op haar bed. Ze begreep dat het niet meer normaal was voor een meisje van haar leeftijd om zich op deze manier te beschermen.
Er moest een nieuw plan komen, een plan waar anderen nooit achter zouden komen.

Swen wilde een bescherming bedenken die niemand zou kunnen zien. Want wat zouden ze anders wel niet van haar denken…

Door een boek over ridders te lezen dat ze van haar vader had gekregen, kreeg Swen een geweldig idee. Ze maakte van ijzerdraad stiekem duizenden piepkleine ringetjes en maakte een soort van maliënkolder. Dat kon ze dan elke dag en nacht dragen onder haar kleding, zonder dat iemand het zou merken. Maar was dat pantser dat ze had gemaakt wel sterk genoeg om haar te beschermen als IETS zou aanvallen? Want Swen was er steeds meer van overtuigd geraakt dat een aanval niet lang meer op zich zou laten wachten.

Om haar nog beter te kunnen beschermen, creëerde Swen een steeds dikker pantser om zich heen, laag voor laag, en bedekte het dan met haar kleding. Ze was er nog steeds van overtuigd dat anderen haar pantser niet zouden kunnen zien.
Het pantser was natuurlijk gemaakt om Swen te beschermen tegen IETS, maar het was ondertussen ook zo zwaar geworden dat het haar tegenhield in haar dagelijks leven. Ze kon niet zorgeloos spelen, springen en dansen. Ze kon niet knuffelen met de mensen van wie ze hield, want dan zouden ze achter haar grote geheim kunnen komen.

Het pantser dat haar in eerste instantie zo’n gevoel van veiligheid had gegeven, ging steeds vaker als een beknelling, een last voelen.

En op een mooie zomerdag gebeurde precies waar Swen zich al zo lang druk over had gemaakt. Toen Swen haar vinger opstak in de klas om iets te vragen aan de juf, zag haar beste vriendin Roos iets glinsteren onder Swens t-shirt. Ze drong erop aan dat Swen vertelde over wat ze onder haar t-shirt had gezien.
Swen deed iets wat ze nooit voor mogelijk had gehouden, ze vertelde haar vriendin over haar pantser en over IETS. En terwijl ze erover vertelde, besefte Swen zich meer en meer hoe weinig ze eigenlijk wist over IETS. Het had geen naam, ze was het zelf IETS gaan noemen. Ze wist niet welke kleuren het had, hoeveel stekels het had en hoe groot of klein het was. Ook ging ze zich afvragen waarom IETS zich nog steeds niet aan haar had laten zien.

Zou er een mogelijkheid zijn dat IETS ook bang van haar zou kunnen zijn?

Door het delen met Roos en daarna voorzichtig ook met andere vriendinnen durfde Swen haar pantser laagje voor laagje af te gaan doen.  Samen met haar vriendinnen bedacht ze een plan om IETS onder ogen te gaan zien. Zij zouden haar bijstaan als ze IETS onder het bed zou trotseren.

De avond kwam dat Swen er zich klaar voor voelde. Zonder pantser, maar met haar vriendinnen die achter haar stonden ging Swen voorzichtig voor haar bed zitten. Ze hoorde en zag nog niets.
Swen was doodsbang en zei met zachte stem: “IETS, IETS laat je zien” Het bleef stil onder het bed. Swen voelde zich sterker worden en, met krachtige stem deze keer, herhaalde ze haar woorden: “IETS, IETS laat je zien!” Weer gebeurde er niets onder het bed. Roos had een zaklamp meegenomen en gaf deze aan Swen. Met trillende handen scheen Swen het licht voorzichtig onder het bed.
Ze schrok zich rot, want opeens zag ze duidelijk de stekels van IETS.
Maar wacht eens… Er bewoog nog steeds niets en de stekels zagen er niet echt gevaarlijk uit. Ze leken op een of andere manier wel zacht.

Onder aanmoediging van haar vriendinnen stak Swen stukje voor stukje haar hand onder het bed, zodat ze IETS aan kon raken. Ze voelde daar inderdaad iets zachts en ze kon het gemakkelijk vastpakken. IETS was niet zwaar en niet groot. Het was klein en zacht en had wel stekels, maar die kwamen haar op een of andere manier bekend voor.

Toen Swen IETS onder het bed uittrok zag ze een ding dat ze al heel lang niet meer had gezien. Het was Vuurbal, haar knuffeldraakje die ze ooit van oma had gekregen. Hij had vroeger ook bij haar andere knuffels in haar bed gelegen en was één van de knuffels die haar vroeger beschermden. Vuurbal moet per ongeluk onder haar bed terecht zijn gekomen en ze was hem gewoon helemaal vergeten.

Datgene waarvan Swen dacht dat het haar zou kunnen beschermen tegen enge IETSEN, had haar juist zo bang gemaakt.

Vuurbal kreeg van Swen een plekje op haar boekenplank. Zodat ze elke dag kon kijken naar iets dat geen IETS bleek te zijn. En zodat Swen zich elke dag kon realiseren wat er allemaal mogelijk is als je je angsten in de ogen kijkt.

———————————————————————————————————————————-

Als kind was ik heel angstig. Ik was vooral bang voor monsters onder mijn bed die me zouden steken met een mes. Om mezelf te beschermen had ik inderdaad de oplossing bedacht dat ik mijn vele knuffels helemaal om me heen zou leggen. Mijn lievelingsknuffel hield ik op mijn hart, zodat ik niet geraakt kon worden door het mes. Als kind zag ik dit als de ultieme bescherming. Dat is nu eenmaal hoe een kinderbrein kan werken. Toen ik eenmaal ging inzien dat die knuffels me niet konden beschermen voor de ‘grote boze buitenwereld’, is mijn verslaving aan eten langzaam ontstaan.
Ik zie nu heel duidelijk dat de laagjes vet die ik met de jaren ben gaan verzamelen, eigenlijk een soort pantser was dat ik om me heen gebouwd heb met als doel me te beschermen en me niet te laten zien aan anderen.

Ik leerde om alles op te lossen met mijn hoofd en als ik werd geconfronteerd met emoties, dan at ik die zoveel mogelijk weg.

Door de ontdekking dat ik dik ben (zie ook mijn vorige blog: Een onverwachte ontdekking) en het cruciale besef dat ik die kilo’s niet meer mijn hele leven mee wil torsen, ben ik andere manieren gaan zoeken om met emoties om te gaan.

Dat heeft me doen inzien dat mijn pantser van vet ooit is ontstaan als bescherming, maar dat het die functie nooit heeft kunnen vervullen.

Hoe zwaarder ik werd, hoe meer de kilo’s alleen maar een last zijn geworden die ik met me mee moest torsen, waardoor ik mezelf heel veel mogelijkheden heb ontzegd. Ik heb me laten leiden door de angst voor wat er allemaal zou kunnen gebeuren als ik mezelf zou laten zien, mezelf zou blootgeven.

Ik ben mijn ontdekkingen, onzekerheden en angsten gaan delen met mensen om me heen. En in plaats van het onbegrip en de negativiteit die ik had verwacht, was er een en al herkenning en liefde.

En dat sterkt mij alleen maar in mijn gevoel dat het tijd is om mijn pantser af te leggen.

Ook de overweldigende en liefdevolle reacties op mijn vorige blog hebben mijn vertrouwen in mijzelf, dat ik de juiste weg aan het gaan ben, heel erg versterkt. Het is doodeng om een eerste stap te zetten en je angsten onder ogen te zien en uit te spreken. Maar als je eenmaal dat lampje onder je bed durft te schijnen en je grootste angst onder ogen durft te zien, kan er iets ontstaan wat je nooit voor mogelijk had gehouden.
Ik zie nu dat zoveel anderen, elk op hun eigen manier worstelen met zichzelf laten zien en kwetsbaar durven zijn.
Vanuit de reacties op mijn blog ontstaan dan weer mooie gesprekken en inspireer ik anderen om te delen en hun eigen manier van zich verstoppen onder ogen te zien.

Welke angsten houden jou tegen om te stralen?